Varen in de mist

Jaap Wijnands – teamleider infectieziektebestrijding – blikt terug op anderhalf jaar corona en kijkt vooruit

Toen Jaap Wijnands in januari 2019 de overstap maakte van Ambulancezorg Limburg-Noord naar Veiligheidsregio Limburg-Noord, had hij niet kunnen bedenken welk avontuur hem te wachten stond. Als specialist crisisbeheersing bij GGD/GHOR kreeg hij eind 2019 de taak een plan te schrijven voor het geval dat er een coronabesmetting in Noord- of Midden-Limburg zou opduiken. Hij dacht toen nog: het zal zo’n vaart niet lopen. Amper twee maanden later – Jaap genoot op dat moment van een skivakantie in de Oostenrijkse bergen – kwam het bewuste telefoontje: ‘het is zover’. Op dat moment stapte Jaap in een achtbaan die niet meer zou stoppen. We blikken met hem terug op anderhalf jaar coronacrisis en kijken vooruit.

Je hebt in relatief korte tijd drie verschillende functies bekleed (specialist crisisbeheersing GGD/GHOR, projectleider Bron- en Contactonderzoek en nu teamleider infectieziektebestrijding). Hoe heeft corona jouw werk veranderd?


“Je kunt gerust stellen dat alles anders is geworden. Los van veranderingen in functies, is onze hele manier van werken op de kop gezet. De GGD is van oorsprong een redelijk rustige en stabiele organisatie… Dat geldt ook voor de bedrijfscultuur. Maar door corona werd alles anders. Iedere dag opnieuw. Na de eerste golf dachten we dat de storm wel was gaan liggen, maar die laaide met de tweede golf in alle hevigheid weer op. Net voor de tweede golf werd ik teamleider infectieziektebestrijding. Ik had me nog zo voorgenomen om goed voorbereid aan die functie te beginnen. Met veel medewerkers te praten om elkaar te leren kennen, plannen maken voor de toekomst. Die voornemens kon ik gelijk van tafel vegen. Mouwen opstropen, en gaan! Het ging allemaal zo snel. Haast elke dag werden we wel weer geconfronteerd met veranderingen waardoor processen op de schop moesten. We hadden noodprocedures op grote flipover-vellen aan de muur hangen; elke dag een nieuw papier.

Langzaamaan kregen we weer grip op de zaak het lukte het ons om niet meer achter de feiten aan te lopen, maar vooruit te denken. Bedenk: als Hugo de Jonge op een persconferentie nieuwe maatregelen aankondigt, hebben wij die vaak maar enkele uren daarvoor gehoord. Maar de dag erna moet je ze wel uitvoeren. Dat maakt dat je achter de feiten aan gaat lopen. Dus zijn we gaan scenariodenken: met de ontwikkelingen en cijfers bij de hand zo goed mogelijk proberen in te schatten welke koers de landelijke overheid zou gaan varen. Zo werkten we vaak twee of drie opties uit en bedachten dan al: wat betekent dit voor ons? Hoe kunnen we ons hierop voorbereiden?

Ik vind de opening van scholen daar nog steeds een prachtig voorbeeld van. We wisten natuurlijk dat vroeg of laat de basisscholen weer open zouden gaan en dat dit spannend zou worden. Achter de schermen hebben we toen al een callcenter voor scholen opgetuigd waar docenten en schoolleiders terechtkonden met vragen zodra het kabinet bekendmaakte dat scholen weer open konden. We werden overspoeld met vragen, maar waren voorbereid. Achteraf hebben we heel veel complimenten gekregen van scholen, dat ze onze aanpak zo fijn vonden.”

“De GGD is van oorsprong een redelijk rustige en stabiele organisatie… Dat geldt ook voor de bedrijfscultuur. Maar door corona werd alles anders. Iedere dag opnieuw.”

Wat zijn voor jou de meest memorabele momenten van de afgelopen anderhalf jaar? Waar ben je het meest trots op?


“Dat zijn er zoveel. Ik vergeet nooit de eerste vergadering met het crisisteam in februari 2020. Ik zie ons er nog zitten; alle disciplines op tafel… de sfeer die er hing… De weken ervoor waren de voorbereidingen gestart ‘voor het geval dat…’ en ineens was het zover: de eerste besmetting. Iedereen die toen aan tafel zat, wist: we gaan een heftige periode tegemoet. Een moment waar ik persoonlijk echt heel trots op ben, is de opening van het coronahotel in Roermond. Het idee ontstond letterlijk een paar dagen ervoor, binnen een dag zaten alle belangrijke partijen – huisartsen, ziekenhuizen, zorgorganisaties – samen en een paar dagen later konden de eerste mensen al verhuizen. Men zegt weleens dat onder druk alles vloeibaar wordt. Dat was toen echt het geval.

“Een moment waar ik persoonlijk echt heel trots op ben, is de opening van het coronahotel in Roermond. Men zegt weleens dat onder druk alles vloeibaar wordt. Dat was toen echt het geval.”

Ook bijzonder vind ik de snelheid waarmee we onze teststraten hebben doorontwikkeld. Van een partytentje op de parkeerplaats van ons GGD-kantoor in Blerick waar zo’n twintig mensen per dag werden getest tot complete drive-ins op verschillende plekken in Limburg met 3500 testen per dag. Ongelooflijk hoe hard onze mensen hebben gewerkt om dit mogelijk te maken. En zo kan ik nog wel even doorgaan: het besluit om alle test- en vaccinatielocaties te sluiten vanwege de sneeuwstorm, het beeld van ME rond vaccinatielocaties vanwege de avondklokrellen (het beeld van mannen met bivakmutsen raak ik niet meer kwijt) en natuurlijk laatst het hoogwater… Onze vaccinatielocatie in Blerick ligt natuurlijk aan de Maas. We hadden een noodscenario klaarliggen om te evacueren, maar gelukkig is dat plan in de la blijven liggen. Maar ineens kwam wel nog ‘even’ de evacuatie van het VieCuri ziekenhuis in Venlo om de hoek. Ook zo’n beeld dat ik niet meer vergeet: allemaal ambulances op een rij, klaar om ruim 200 patiënten te evacueren… Totaal surrealistisch. Het klinkt misschien gek, maar ik merk dat ik op zo’n momenten echt tot mijn recht kom. Ik wíl er ook bij zijn, trek het naar me toe. Ik bedoel… het is crisis, of in sommige gevallen zelfs een crisis binnen een crisis. Als je er op dat soort momenten niet wilt staan, dan werk je bij de verkeerde organisatie. Je wilt niks missen."

Wat heeft het je gebracht? Ben je als mens veranderd?


“Het grappige is dat ik – voor mijn tijd bij Ambulancezorg Limburg-Noord - eigenlijk had besloten om geen leidinggevende functie meer te gaan vervullen. Ik was er klaar mee. En moet je me nu zien! Ik heb andere kanten van leiderschap ontdekt en ben erachter gekomen dat ik ’t fantastisch vind. Juist het koersen in onzekerheid vind ik machtig mooi. Telkens samen met het team nieuwe dingen bedenken, pionieren, snel implementeren, mensen enthousiast en aangehaakt houden, opnieuw bijsturen… Ik vind ’t echt prachtig.

Ik heb zo ontzettend veel geleerd. Tot een jaar geleden had ik nog nooit de pers te woord gestaan. Normaalgesproken zou daar een mediatraining aan voorafgaan, maar daar was helemaal geen tijd voor. Mijn collega’s van crisiscommunicatie hebben mij nog snel een paar tips gegeven waarna de vuurdoop volgde: hup, voor de camera en praten. Uitleggen hoe het bron- en contactonderzoek functioneerde. Ook niet meteen het makkelijkste onderwerp. Ik vond het echt wel even spannend, maar inmiddels draai ik mijn hand er niet meer voor om. Elke dag verschijnen er wel weer nieuwe persvragen in mijn inbox.

Ik ben ook de organisatie ontzettend dankbaar voor de kansen die ik heb gekregen. Mijn leidinggevenden zagen blijkbaar bepaalde talenten en die mocht ik inzetten en ontwikkelen. En dat geldt niet alleen voor mij, maar voor de hele organisatie. Wat dat betreft heeft de crisis onze organisatie echt een boost gegeven. Door de coronacrisis zijn ‘verborgen’ talenten van collega’s boven komen drijven. Er is een ongekende energie vrijgekomen. We hebben een spoedcursus wendbaarheid gekregen. En een betere teambuilding hadden we ons niet kunnen wensen. Daar plukken we nog jaren de vruchten van.”

In de media werd natuurlijk vaak gesproken over de dingen die niet goed gingen. Te weinig testcapaciteit, te lang wachten op een uitslag, een app die niet goed functioneert... Hoe voelde dat?


“Dat is nooit leuk, maar ik kan het ook redelijk loslaten. Weet je, crisismanagement is als continu varen in de mist. Je moet beslissingen nemen, zonder dat je alle gevolgen kunt overzien. Daar is geen tijd voor en je moet dealen met het feit dat je niet alle informatie hebt. Wat dat betreft heb ik soms ook te doen met Hugo de Jonge. In een crisis kun je het simpelweg nooit perfect doen. Dat moet je accepteren.

Ik merk dat veel collega’s anders met hun werk om moeten gaan. Dat is niet voor iedereen makkelijk. Perfectie zit in het dna van GGD-medewerkers. Die willen het liefst alles zes keer checken, nog even een overleg hebben, iedereen tevreden stellen… Dat siert, maar in een crisis gaat dat gewoon niet. Ik zeg altijd: we doen het zo goed mogelijk, voor zoveel mogelijk mensen. Het is prima om een 10 na te streven, maar – eerlijk is eerlijk – we moeten nu gewoon heel tevreden zijn met een 7,5.

Ik begrijp overigens ook dat die boodschap voor het grote publiek heel lastig is hoor. Als je zelf ziek bent en kunt niet direct getest worden omdat laboratoria overbelast zijn, dan baal je daar logischerwijs van. Of neem zo’n voorbeeld van de corona-Checkapp: normaalgesproken zou zo’n app pas gelanceerd worden als hij maanden getest is. Nu kiest het ministerie ervoor om ‘m beschikbaar te stellen, wetende dat er nog bugs in zitten en misschien 20% van de gebruikers daar nog hinder van ondervindt. Je kunt ’t ook andersom bekijken: 80% van de gebruikers kan hierdoor wel al naar events of op vakantie naar het buitenland.”

“Crisismanagement is als continu varen in de mist. Je moet beslissingen nemen, zonder dat je alle gevolgen kunt overzien.”

Je noemde al de avondklokrellen. In de media lazen we over verschillende opstootjes, vandalisme en bedreidingen rond test- en vaccinatiecentra. Ben je ooit bang geweest?


“Bang niet, wel behoedzaam. Gelukkig blijven misstanden in onze regio beperkt tot enkele vernielingen. Collega’s van mij in het land zijn persoonlijk bedreigd… Daar heb ik het weleens over met collega’s als Maarten Peeters. Je staat toch met je hoofd in de kranten, op TV en nu in zo’n interview. Dat maakt je blijkbaar een doelwit. Dat is intens triest.

Waar ik echt moeite mee heb, is dat medewerkers in de frontlinie dagelijks te maken hebben met intimidatie en bedreigingen: aan de telefoon bij het callcenter, in het vaccinatiecentrum, op de plekken waar we vaccinatiepaspoorten afstempelen. Het is toch eigenlijk waanzin dat op die locaties beveiliging aanwezig moet zijn? Ik vind het belangrijk om mensen daarin te begeleiden. Er te zijn met een luisterend oor en voor een goed gesprek. In alle drukte mogen we dat niet vergeten.”

“De crisisorganisatie die we in het afgelopen anderhalf jaar hebben opgetuigd is aan het veranderen in een tijdelijk onderdeel van de GGD."

Heb je weleens gedacht: ‘Ik stop ermee’?


Een korte stilte… Jaap denkt na. Hij weegt zijn woorden zorgvuldig af. “Ja, er zijn momenten geweest, waarop ik dacht: ‘wil ik dit nog wel?’. De impact van corona is groot: normaal duurt een crisis een paar dagen, nu bevinden we ons al anderhalf jaar in een opperste staat van paraatheid. Op een gegeven moment slaat de moeheid dan ook wel toe. Ik sta al anderhalf jaar, 24/7 ‘aan’. Natuurlijk heb ik vrije dagen en het is ook wel gelukt om met het gezin een paar dagen weg te gaan. Maar het werk echt helemaal loslaten, dat lukt niet. Als je dan voor de zoveelste keer laat thuiskomt en de kindjes liggen al in bed zonder dat je ze welterusten hebt kunnen wensen, dan denk je weleens: ‘waar ben ik eigenlijk mee bezig?’ Gelukkig komen we nu langzaam uit de crisismodus. Wat dat betreft zijn we ook wel op een keerpunt terechtgekomen.

Wat bedoel je daarmee?


“Nou, we hebben drie coronagolven gepareerd en ik verwacht dat het virus echt nog wel een tijdje onder ons gaat blijven. De crisisorganisatie die we in het afgelopen anderhalf jaar hebben opgetuigd is aan het veranderen in een tijdelijk onderdeel van de GGD. De coronabestrijding krijgt steeds meer een vaste plek binnen onze organisatie. Zo keert de rust terug en kan iedereen goed zijn werk doen.”

Dus je verwacht dat we de komende tijd nog wel met corona moeten leven… Dat klinkt niet echt optimistisch?


“Oh, jawel hoor. Ik ben heel optimistisch. Ik denk dat we de ziekte echt wel onder controle krijgen, zo niet al hebben. Kijk naar de recente opleving van het virus nadat de laatste beperkingen door het kabinet werden opgeheven. Even werden we opgeschrikt door fors stijgende besmettingscijfers en ziekenhuisopnamen, maar naar verwachting gaan die binnenkort ook weer dalen. Een indicatie dat vaccineren loont. Daar ligt nu ook een belangrijk deel van onze focus: ervoor zorgen dat de vaccinatiegraad nog verder stijgt. We proberen specifieke doelgroepen op andere manieren te bereiken: we openen pop-up vaccinatielocaties in wijken waar de vaccinatiegraad nog laag is, we gaan naar asielzoekerscentra om te vaccineren en trekken met een bus door de regio om arbeidsmigranten een prik aan te bieden…”

Wat verandert er nog meer voor jullie? Hoe zie je de nabije toekomst voor je?


“Onze grootste uitdaging is kwetsbare mensen te blijven beschermen, zonder dat dit leidt tot maatschappelijke ontwrichting en economische schade. Daarin de balans houden, wordt de komende tijd essentieel. Zoals ik al zei, ik denk dat we het virus aardig onder controle hebben. Maar er blijven echt nog wel nieuwe besmettingshaarden ontstaan. Maar als we die snel op kunnen sporen, dan kunnen we pieken in ziekenhuisopnamen voorkomen. Als een besmetting bij gevaccineerde mensen alleen maar leidt tot een aantal dagen ziek thuis blijven, dan valt daar prima mee te leven. Zo kan het normale leven gewoon doorgaan.

Corona heeft lange tijd gedraaid om een gevoel van solidariteit: elkaar helpen, de hele ‘support your locals’ trend… Ik denk dat het nu ook tijd is voor een andere schaal van solidariteit. Die op wereldwijd niveau. Zo lang er in delen van de wereld onvoldoende middelen zijn om mensen te beschermen tegen het virus en wij met z’n allen blijven reizen, blijft het virus onder ons en ontstaan er nieuwe mutaties. Daar schuilt een gevaar. Willen we de wereld open hebben, dan moeten we corona uit de wereld helpen. Dat kan alleen maar met een internationale aanpak.”

Hoe moet dat straks als alles weer normaal is? Ga je de dynamische omgeving niet missen?


“Ik ben er wel achter gekomen dat goed gedij op een bepaalde mate van onzekerheid en druk. Het is zeer zeker een uitdaging om dat vast te houden, ook als we corona straks helemaal vergeten zijn. Maar ik denk er nog niet aan om de organisatie te verlaten. Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft me zoveel moois gebracht… En ik ben ervan overtuigd dat er nog heel veel mooie dingen in het verschiet liggen.”

Sandy Leurs

"De zorgverleners, de mensen in de frontlinie, waren voor hún veiligheid van óns afhankelijk. Ik heb me nog nooit zo nuttig gevoeld."

Loes Kempen

“De Coronacrisis brengt ons nader tot elkaar. We kunnen nog veel van elkaar leren.”

«

KENNISMAKEN MET ANDERE GEZICHTEN VAN VEILIGHEIDSREGIO LIMBURG-NOORD? LEES DAN OOK DEZE VERHALEN.


OP DE HOOGTE BLIJVEN VAN NIEUWE VERHALEN? MELD JE AAN VOOR DE NIEUWSBRIEF!