LEESTIJD: 4 MINUTEN

Rikus van Santen (specialist crisisbeheersing) over scenariodenken:

Kleine kans, grote impact

Rikus van Santen is de belichaming van een specialist crisisbeheersing. Grote kerel, nuchter, niet bang om zijn mening te delen, een man die duidelijke taal bezigt. In eerdere banen hield hij zich vooral bezig met het opzetten van trainingen voor brandweerlieden en speciale eenheden van politie en defensie. Een paar jaar geleden maakte hij de overstap naar Veiligheidsregio Limburg-Noord. Toen de coronacrisis zich aandiende en Rikus hoorde over een scenarioteam, wist hij zeker: daar wilde hij bij zijn.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat doet ’t scenarioteam eigenlijk?


“Even in gewone mensentaal: de leden van het scenarioteam werken – aan de hand van analyses en onderzoeken – scenario’s uit voor het verloop van de coronacrisis. Dit doen we in opdracht van het Regionaal Operationeel Team, dat leidinggeeft aan de beheersing en effecten van die crisis. Met andere woorden: wij voeden het ROT met informatie – vooral gericht op de (middel)lange termijn – zodat ze daar goede beslissingen kunnen nemen. Zo zijn we als regio zo goed mogelijk voorbereid op onverwachte wendingen van zo’n crisis.

Voormalig minister van buitenlandse zaken Uri Rosenthal, nu vooral bekend als grondlegger van het denken over crisisbestrijding in Nederland, vatte het fenomeen ‘crisis’ eens heel treffend samen. Hij zei: ‘Bij een crisis is sprake van dreiging, urgentie en onzekerheid’. Wij als scenarioteam proberen die onzekerheid tot een minimum te beperken.”

Met andere woorden: jullie proberen het onverwachte te voorspellen? Hoe doen jullie dat?


“We analyseren gegevens uit het verleden, kijken welke indicatoren écht iets kunnen zeggen over het verloop van een crisis, gaan die indicatoren monitoren en proberen vervolgens te ‘voorspellen’ hoe de crisis zich in bepaalde situaties kan ontwikkelen. Als deze […] situatie zich voordoet, dan zouden dit […] de gevolgen kunnen zijn. We hebben altijd drie scenario’s op de plank liggen: worst case, een most probable case en best case. Maar tegelijkertijd zijn we ons er ook heel erg van bewust, dat we niet alles kunnen voorzien en voorkomen. ”

Kun je concrete voorbeelden geven van scenario’s waaraan jullie hebben gewerkt?


“In het begin was de coronacrisis vooral een medische crisis: veel mensen die besmet raakten, ziekenhuisopnamen, overvolle IC’s en helaas ook veel doden. Dat waren voor ons heel belangrijke cijfers om te kunnen bepalen: waar gaat deze crisis naartoe? Waar moeten we rekening mee houden? Omdat de dodenaantallen op een gegeven moment sterk stegen, zijn we gaan nadenken over de vraag: hebben we nog voldoende ruimte in mortuaria? En wat als het antwoord op die vraag ‘nee’ is? Gelukkig is het zover nooit gekomen. Op een gegeven moment zagen we dat de crisis een andere wending kreeg: de aandacht verschoof naar sociale, economische en maatschappelijke facetten van de crisis. Wij zagen het al vroeg in onze social media analyses. Inmiddels domineert het de media: het draagvlak voor de maatregelen daalt. Begrip en blind vertrouwen in de overheid maken plaats voor scepsis. Daarmee verschuift ook onze rol. Op dit moment hebben we vooral een communicatie-uitdaging: ‘hoe zorgen we er met goede communicatie voor dat mensen zich toch blijven houden aan de regels?’. Een ander voorbeeld: de vakantieperiode. Door de coronacrisis verwachten we dat veel mensen op vakantie gaan in eigen land. Limburg is een provincie die dan erg in trek is. Dat is fantastisch voor onze regio, maar tegelijkertijd ook een gevaar. Hoe kunnen we een eventuele ‘vloedgolf’ aan bezoekers veilig managen?”

Over die risico’s gesproken… Limburg ligt in een grensregio: ingeklemd tussen Duitsland en België. In hoeverre is dit van invloed op jullie werk?


“Daar kan ik kort over zijn: de grensligging is zonder enige twijfel een complicerende factor. Een factor waar ook de landelijke politiek niet altijd rekening mee houdt. Een voorbeeld hiervan is de openstelling van terrassen. Bij ons gingen op 1 juli (Tweede pinksterdag) de terrassen open; in Duitsland een week later. We waren erop voorbereid dat in die eerste week van juli veel dagtoeristen vanuit Duitsland naar Limburg zouden komen. Ook dat hebben we vertaald naar scenario’s, op basis waarvan het ROT besloot om extra maatregelen te treffen.”

De scenario’s die jullie uitwerken, zijn voor bestuurders en beslissers van hulpdiensten dus belangrijke input. Ervaar je dat zelf ook zo?


“De kans dat alle scenario’s die wij uitwerken werkelijkheid worden, is heel klein. In zoverre lijkt ons werk op het eerste oog ondankbaar. Daar staat tegenover dat de impact van een scenario gigantisch kan zijn. Als je dat bedenkt, hebben we een ongelooflijk waardevolle rol. We zorgen ervoor dat een mogelijk toekomstige situatie wordt doorleefd, voordat deze zich daadwerkelijk voordoet. We zijn een luis in de pels. En we voorkomen dat een kokervisie ontstaat."

Werken met een scenarioteam is in onze regio nog relatief nieuw. We krijgen alle ruimte om te pionieren, maar dat is soms ook lastig. Zeker in een coronacrisis waarin de druk hoog is en gebeurtenissen elkaar heel snel opvolgen. Ik vind zelf bijvoorbeeld dat de aansluiting met het ROT beter kan. We kunnen nog zo veel leren! Door ook kritisch naar ons eigen functioneren te kijken, zorgen we ervoor dat we bij een volgende crisis – die er zonder twijfel komt – van nóg grotere betekenis kunnen zijn.”

“We zijn eigenlijk een beetje de luis in de pels; moeten voorkomen dat in de besluitvorming rond zo’n crisis een kokervisie ontstaat.”

Hoe ziet jullie team eruit?


Ons team bestaat uit een goede mix van specialisten uit alle geledingen van onze organisatie – GGD, Brandweer en GHOR - en generalisten; creatieve geesten die buiten gebaande paden kunnen denken."

Tot welke categorie behoor jij?


“Ik ben een generalist; ik vind alle facetten interessant. In het team probeer ik vooral ook een verbinder te zijn. Toen ik over dit team hoorde, dacht ik meteen: ‘hier wil ik bij horen!’ Ik ga toch niet thuiswerken tijdens de grootste crisis van de laatste decennia? Ik ben niet voor niets specialist crisisbeheersing geworden.”

Heeft deze tijd je inzichten opgeleverd, die je in je ‘gewone’ baan bij Veiligheidsregio Limburg-Noord meeneemt?


“Nou en of! Vanuit mijn reguliere functie ben ik altijd bezig met leren en ontwikkelen. De coronacrisis heeft ons heel veel waardevolle inzichten gegeven, die we de komende tijd moeten vertalen naar nieuw beleid, nieuwe processen en – niet in de minste plaats – naar een beter risicoprofiel.”

Hoezo? Was de regio niet of onvoldoende voorbereid dan?


“Dat wil ik niet stellen. Een pandemie staat daadwerkelijk al jaren in het Limburgs risicoprofiel. Gelukkig! Maar ik zie nu ook dat sommige economische of maatschappelijke gevolgen van zo’n pandemie nog onvoldoende zijn uitgewerkt. Stel, we hadden bovenop de coronacrisis te maken gekregen met een grootschalige dierenziekte: vogel- of varkenspest bijvoorbeeld. Dan hadden we een beroep moeten doen op toch al schaarse resources als mondkapjes of artsen infectieziekten. In hoeverre had dat gekund? Bij een crisis moet je ervoor zorgen dat een vitale infrastructuur in een regio overeind blijft: het elektriciteitsnetwerk moet in de lucht blijven, mensen moeten met elkaar kunnen communiceren… Maar de coronacrisis heeft een aantal dingen blootgelegd, die eigenlijk tot een vitale infrastructuur behoren, maar door ons nog niet zo waren aangemerkt. Een voorbeeld: we zagen ineens dat de voedselvoorziening onder druk kwam te staan, doordat mensen gingen hamsteren en supermarkten het eten niet aangesleept kregen. Dat heeft ons aan het denken gezet: welke partijen moet je in je netwerk hebben om in toekomstige crises die vitale infrastructuur te kunnen waarborgen? Boeren? Supermarktketens, misschien? Die gesprekken moeten we nu voeren. We moeten het dak repareren, als het buiten droog is.”

Je vertelde dat je bij Veiligheidsregio Limburg-Noord de ruimte krijgt om te pionieren. Kan dat wel bij zo’n organisatie?


“Dat vind ik juist zo tof aan deze organisatie. Ik zie Veiligheidsregio Limburg-Noord als een werkgever met zo’n 400 kleine bedrijfjes onder een dak. Medewerkers mogen – of nee moeten – zich hier ontwikkelen. Samenwerken en samen leren is bijna een verplichting. Dat betekent dat je ook de ruimte krijgt om nieuwe dingen te ontdekken. Hier werken zo veel disciplines samen… Samen aan één taak: de regio gezond en veilig houden.”

Sandy Leurs

“De zorgverleners, de mensen in de frontlinie, waren voor hún veiligheid van óns afhankelijk. Ik heb me nog nooit zo nuttig gevoeld.”

Patricia Jansingh

"Een crisis is natuurlijk nooit leuk, maar tegelijkertijd is dit werk wel onze GGD in optima forma."

«

KENNISMAKEN MET ANDERE GEZICHTEN VAN VEILIGHEIDSREGIO LIMBURG-NOORD? LEES DAN OOK DEZE VERHALEN.


OP DE HOOGTE BLIJVEN VAN NIEUWE VERHALEN? MELD JE AAN VOOR DE NIEUWSBRIEF!