De emotionele achtbaan van Sandy Leurs, coördinator persoonlijke beschermingsmiddelen


“Ik heb me nog nooit zo nuttig gevoeld”

LEESTIJD: 6 MINUTEN

“Moet je doen! Dat is een project waar je echt aan meegewerkt wil hebben!” Dat is wat de leidinggevende van Sandy Leurs zei, toen ze Sandy benaderde om coördinator persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) te worden. Met enige aarzeling zei Sandy ‘ja’, niet wetende dat ze in een emotionele achtbaan terecht zou komen die ze nu – enkele weken later – beschrijft als een van de meest overweldigende en leerzame periodes uit haar leven. “Ik ben op een gegeven moment in een PBM-bubbel gestapt en heb me afgesloten van de buitenwereld: weinig contact met familie en zonder de negatieve berichtgeving in de media.” Samen met Sandy maakten we een reconstructie van die emotionele achtbaan.

NB. We vinden het belangrijk om - ook nu nog - uiterst spaarzaam om te gaan met persoonlijke beschermingsmiddelen. Daarom zijn voor de foto's in dit artikel afgekeurde producten gebruikt.

Vereerd en terughoudend


“Toen mijn leidinggevende me benaderde voor dit project, voelde ik me vereerd, maar was ik ook terughoudend. Vanuit mijn functie als Adviseur Crisisbeheersing bij de GHOR maakte ik net deel uit van het corona-crisisteam bij de GGD en daar genoot ik van. Normaal opereren we veel op de achtergrond. Nu zat ik voor mijn gevoel in het centrum van de crisis. Ik wilde helemaal niet aan iets anders beginnen. Er waren toen nog helemaal geen coronabesmettingen in Nederland, maar we waren wel volop bezig met voorbereidingen: wat als het virus straks ook onze regio treft?

Ik weet nog goed dat midden in de carnavalsvakantie de eerste berichten over besmettingen ons bereikten. Klinkt misschien gek, maar dat gaf me echt een adrenalinekick. Dacht: ‘wow, ik zit er middenin’. Dat was pas het begin…

In die tijd gaf het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de ROAZ-regio’s in Nederland (bij ons is dat Limburg) de opdracht om alvast na te gaan denken over de opslag en distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen. Men wist dat dit cruciaal ging worden in de crisis, maar niemand kon toen al bevroeden dat het zo spannend zou worden. Vanuit de twee Veiligheidsregio’s in Limburg moest een coördinator worden benoemd. Mijn leidinggevende dacht aan mij. “Ik geef jou het PBM-dossier”, zei ze zonder enige aarzeling. “Daar ga jij je in vastbijten. Al het andere laat je los.”

Verveeld


“De eerste dagen daarna voelde ik een beetje teleurstelling. In mijn beleving was het toen vooral in het crisisteam te doen, niet op het PBM-dossier. Er waren nog geen beschermingsmiddelen die we konden opslaan of verdelen en van tekorten was nog geen sprake. De samenwerking in de regio verliep soepel, we hadden een goede logistieke partner gevonden, het magazijn was ingericht, beveiliging geregeld, we hadden onze processen op orde… Kortom: echt spannend was ’t allemaal nog niet. Stilte voor de storm, zo bleek later.”

Verrast


“Die storm stak snel en in alle hevigheid op. Door de explosieve toename van coronapatiënten groeide ook in razend tempo de vraag naar persoonlijke beschermingsmiddelen. En die vragen kwamen allemaal terecht bij ons: de kerngroep persoonlijke beschermingsmiddelen Limburg. Een groepje van uiteindelijk tien man, maar in die tijd een bedrijf op zich. Dat het zo’n vlucht zou nemen, hadden we niet verwacht.

Maar… wij zaten nog steeds met een leeg magazijn. De werkdruk nam enorm toe. Ik had opeens echt geen tijd meer voor mijn reguliere werk en er lagen nog zoveel andere klussen nu de crisis echt op gang kwam. Gelukkig hebben we een fijn team binnen de GHOR Limburg-Noord, waardoor ik met een gerust hart volledig in de PBM-bubbel kon stappen. De taakverdeling binnen ons GHOR-team was snel gemaakt en dat gaf een gerust gevoel: het team zou deze crisis wel aankunnen, ieder met zijn eigen taakgebied of expertise.”

Angstig en onzeker


“In het heetst van de strijd stonden onze telefoons 24 uur per dag, zeven dagen per week roodgloeiend. Allemaal zorgverleners die als de wiedeweerga mondmaskers, spatbrillen, schorten, handschoenen en andere beschermingsmiddelen nodig hadden. Niet alleen in die telefoongesprekken proefde ik de angst en onzekerheid, ik voelde het zelf ook in elke vezel van mijn lijf. Een knoop in mijn maag. De zorgverleners, de mensen in de frontlinie, waren voor hún veiligheid van óns afhankelijk. Want nergens was meer wat te krijgen en de eigen voorraden raakten snel op. Met ons team hebben we in razend tempo de voorraden aan persoonlijke beschermingsmiddelen in Limburg in kaart gebracht. Via een app hadden we zicht op de voorraden en het dagverbruik. Ziekenhuis A had zoveel mondmaskers en beschermende brillen, verpleeghuis B nog vierhonderd schorten, huisarts C had nog tien dozen handschoenen… We zijn bestaande voorraden gaan herverdelen. Uiteraard met medewerking van de zorginstellingen, die ondanks die onzekerheid toch bereid waren om anderen uit te helpen. Fantastisch!

In de eerste dagen hadden we een scope van maximaal twaalf uur. Een telefoontje van een ziekenhuis met de boodschap ‘Morgenochtend ben ik door mijn maskers heen’, was eerder regel dan uitzondering. Het is bewonderenswaardig hoe goed alle zorginstellingen hebben meegewerkt. Ondanks de gigantische schaarste, was er de bereidheid om elkaar te helpen. Concurrentie maakte ineens plaats voor solidariteit.

"De zorgverleners, de mensen in de frontlinie, waren voor hún veiligheid van óns afhankelijk."

Ja, het was kunst- en vliegwerk. Ja, het was allemaal krap aan. Ja, het was passen en meten. En ja, het kostte ons bloed, zweet en ook tranen. Maar we hebben altijd een oplossing gevonden.

Later kwam goddank de aanvoer van persoonlijke beschermingsmiddelen vanuit het landelijk magazijn op gang. Maar wel heel wisselvallig. Had de overheid 400.000 mondmaskers gekocht, was de helft van inferieure kwaliteit. De week erna hadden we ineens genoeg mondmaskers, maar was er weer een tekort aan handschoenen. Tel daarbij op de steeds veranderende richtlijnen van het RIVM. Wanneer draag je welke categorie mondmasker? Heb je voor die specifieke handeling wel of geen schort nodig? We hadden niet alleen een logistieke rol, maar waren ook een adviseur voor zorgorganisaties, die soms zelf door de bomen het bos niet meer zagen. Ook daar heerste dus angst en onzekerheid, en wij hebben veel contact met ze gehad om onze werkwijze en de richtlijnen toe te lichten, en passende oplossingen te zoeken. Altijd met eenzelfde doel voor ogen: persoonlijke beschermingsmiddelen zo efficiënt mogelijk inzetten.”

Gedreven


“De aanhoudende druk zorgde voor stress, maar ook voor een ongekende drive. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat was ik maar met één ding bezig: persoonlijke beschermingsmiddelen. Ik droomde er zelfs over en werd een keer ’s ochtends om vijf uur badend in het zweet wakker. Toen ben ik maar opgestaan en weer gaan werken. Gek genoeg gaf me dat rust. Ik wilde zo graag helpen waar ik maar kon. Een echte uitlaatklep had ik niet. Geen tijd voor ook. En mensen uit mijn directe omgeving – behalve mijn vriend en collega’s – hadden geen idee wat ik nu precies deed. Mijn schoonmoeder zei op een gegeven moment: ‘wat fijn… dadelijk heb je weekend.’ Maar ook in het weekend ging mijn werk gewoon door.”

Boos


“Mijn mail ontplofte met aanbiedingen van persoonlijke beschermingsmiddelen. Bijna 90% frauduleus. Ik kan er met mijn hoofd niet bij: dat er mensen zijn die een crisis als deze misbruiken voor criminele activiteiten. Het maakt me nog steeds boos. We hebben zorgorganisaties dan ook met klem geadviseerd: ‘Ga niet zelf inkopen. Vertrouw op onze kanalen.’ Maar dat is knap lastig als je zelf maar mondjesmaat spullen geleverd krijgt. Het heeft ook heel wat telefoontjes gekost om dat aan iedereen uit te leggen.”

Gefrustreerd


“Op een gegeven moment ben ik gestopt met het lezen van kranten en het kijken van talkshows. Ik weet: het beeld dat media schetst, kleurt de publieke opinie. Maar het beeld klopte niet met de werkelijkheid. Overal zaten van die zogenaamde ervaringsdeskundigen aan tafel met een sensatieverhaal over medewerkers in zorgcentra die onbeschermd hun werk moesten doen. En over hoe slecht de distributie van beschermingsmiddelen was geregeld. Op een gegeven moment gaan die geruchten een eigen leven leiden: als het op Facebook staat, dan zal het wel waar zijn.

En natuurlijk zit er soms frustratie en angst bij zorgmedewerkers, maar in de media worden zaken soms enorm uit het verband gerukt. Het frustreerde mij enorm! Waarom zat er geen echte expert aan tafel die vertelde hoe ingewikkeld het was om goede spullen geleverd te krijgen? Sommige feiten werden verdraaid en iedere nuance ontbrak. Natuurlijk had ik door alle stress al een wat korter lontje. Zat ik bijna scheldend voor de televisie.”

"Complimenten zijn mooi, maar daar doe je het niet voor."

Schuldig


“Na ruim drie weken letterlijk onafgebroken te hebben gewerkt, heb ik toch twee dagen vrij genomen. Met gemengde gevoelens hoor. Ik was doodop en snakte naar een momentje voor mezelf. Tegelijkertijd voelde ik me enorm schuldig richting mijn collega’s. Ik kon ze toch niet in de steek laten? Mijn accu was gelukkig behoorlijk snel weer opgeladen.”

Trots


“Ik ben zó trots op ons PBM-team. Dat is met geen woorden te beschrijven. Iedereen heeft echt zijn stinkende best gedaan; we hebben alles op alles gezet om iedereen op tijd van de juiste beschermingsmiddelen te voorzien. Dat is niet onopgemerkt gebleven: van verschillende zorgorganisaties hebben we complimenten gekregen. En ook landelijk zijn de inspanningen van de regio Limburg niet onopgemerkt gebleven. Dat is mooi, maar daar doe je het niet voor. Met ons team hadden we een gezamenlijke vijand (corona) en een gezamenlijk missie. Een missie waar je niet op wilt falen, want de gezondheid van anderen staat op het spel. Ik heb me in mijn leven nog nooit zó nuttig gevoeld, als in de afgelopen tijd.

De sfeer binnen ons team was en is heel bijzonder. We hebben elkaar er echt doorheen gesleept. Als je zo intensief met elkaar samenwerkt, heb je snel in de gaten als het wat minder goed gaat met een ander. Kreeg ik na een vergadering een appje van een collega: ‘Je zag er vanmorgen moe uit. Gaat het wel goed met je?’ Zo lief en attent. We hebben elkaar virtueel ook veel gesteund en bedankt. Door die intense periode is een heel hechte band ontstaan. Als het straks mag, gaan we zeker weten samen een borrel drinken op de goede afloop. Alhoewel… dit verhaal is nog niet ten einde. We zijn ons ervan bewust dat we een tweede coronagolf kunnen verwachten. Maar nu zijn we er wel beter op voorbereid.”

Dankbaar


“Misschien een beetje vreemd, maar ik voel ook dankbaarheid. Ik wil de zorginstellingen bedanken voor hun medewerking, begrip en loyaliteit naar ons en elkaar. En de collega’s in het PBM-team voor hun ontzettend harde werk en enorme flexibiliteit. Maar ook mijn GHOR-collega’s, die de rest van de werkzaamheden rondom corona hebben opgepakt waardoor ik in mijn ‘bubbel’ kon blijven. Ook het landelijke team van professionals en de coördinatoren van andere ROAZ-regio’s hebben bergen werk verzet en ook daar steunde iedereen elkaar. Een mooie samenwerking! En ‘last but not least’ ben ik dankbaar dat ik dit project heb mogen doen. Ik had vooraf niet kunnen vermoeden dat dit project mij zoveel voldoening zou geven, ondanks de emotionele achtbaan waar ik doorheen ging.”

Antoine Dirks

"We hebben echt al heel wat meegemaakt, maar de Coronacrisis is een soort lawine die maar blijft doordenderen."

Loes Kempen

“De Coronacrisis brengt ons nader tot elkaar. We kunnen nog veel van elkaar leren.”

«

KENNISMAKEN MET ANDERE GEZICHTEN VAN VEILIGHEIDSREGIO LIMBURG-NOORD? LEES DAN OOK DEZE VERHALEN.


OP DE HOOGTE BLIJVEN VAN NIEUWE VERHALEN? MELD JE AAN VOOR DE NIEUWSBRIEF!